missieve 63

Missive 63                                                                  7 februari 2017

 

 

Brexit! Rusland en Turkije als internationale bemiddelaars! Terwijl VS en EU buiten spel blijven... Verrassing op verrassing. Bij de verkiezing en inauguratie van Trump keken mensen over de hele planeet verbluft toe. Waaronder lugubere fanatici, criminelen en tirannen. Ook koninginnen en vorsten, waaraan niemand gedacht had om ze uit te nodigen. Peking berichtte vermanend: Dat krijg je nou, als je dat soort democratie wilt! Hong Kong seinde: Precies dat willen wij!

 

In deze nadagen van onze parlementaire democratie volgde op de avond van 26 januari het lang uitgestelde aftreden van de minister van justitie. Dramatische televisie met emotionele ontknoping volgens velen. Voor wie weinig openheid verwachtte, was dat minder. De coalitie moest blijven. De opvolger zat denkelijk al opzij te kijken. Het was boeiende parlementaire geschiedenis. Waarin een fractieleider gesticulerend viermaal “eerlijk” in de mond nam. Premier Rutte bezwoer tweemaal “naar eer en geweten” iets te zeggen en minister zelf zei eenmaal “naar eer en geweten” te handelen. Dat was een geruststelling.  

 

Hoe komt het dat keer op keer mensen aangesteld worden, waarvan tevoren al bekend was dat ze onbetrouwbaar waren? Of dat geschikte, begaafde personen buiten spel gehouden worden? Onze politici zetten zich vanouds toch in met goede bedoelingen en bekwaamheid - zij het zonder veel realiteitszin. Men houdt belangen graag verborgen. In onze democratie kiezen we geen vorst, geen premier, geen regering. Politici willen geen referendum, gelukkig wel: eerlijk, naar eer en geweten handelen.

  

Zelden staat bij voorbaat vast dat gegadigden ongeschikt zijn. Zolang aan zijn waardigheid niets afgedaan werd, was de plechtstatige Tjarda van Starkenborgh Stachouwer voor vele hoge posten geschikt. Behalve die van gouverneur-generaal. Hij volgde in 1936 zijn  voorganger op in de overtuiging het beter te weten dan alle koloniale ambtenaren. Iedere Groninger wist, dat die zedeloos waren. Laat staan de heidense inlanders met hun namaak-Chinese strijkages. Tjarda beval de eerste vervolging op grote schaal van Nederlandse homofielen en blokkeerde het inlandse nationalisme. Om zijn ingetogen deftigheid zou hij zijn leven lang een verering genieten, die achteraf verbaast.

 

In 1939 overleed de tiende sunan, die zijn bekwame tweede zoon als opvolger had aangewezen. Weliswaar zonder officieel verzoek want in het naburige Yogja stierven kort daarvoor twee troonopvolgers onder verdachte omstandigheden na zo’n officieel verzoek. Gouverneur-generaal Tjarda  besliste in strijd daarmee dat de besluiteloze en verwarde oudste zoon op de troon kwam. Een cynische keuze die algemeen belang schaadde. In achterkamertjes was gefluisterd (resident Orie) dat de pientere zoon lid was van de Indonesische nationalistische partij. Dan moest de bangelijke Hangabehi maar Pakoe Boewono XI worden. Tot nadeel van zowel bevolking in Surakarta als Nederland bleek later.

 

Nog onbegrijpelijker ging het ertoe bij Sultan Abdul Rahman Maädlam Sjah die op 18 februari 1885 sultan van Lingga werd. Die benoeming was in strijd met de adat en verdragen met Maleise en Boeginese hoofden. Het was een politieke blunder van GG Otto van Rees, die vorstelijke familie en landsgroten vernederde en de bevolking onrustig maakte. Abdul Rahman was gewetenloos en bij tijden verdwaasd. Hij koesterde haat en minachting tegen velen, waaronder Van Rees en alle Belanda’s aan wie hij alles in zijn leven te danken zou hebben.

 

Abdul Rahman mocht zes jaar als een Indonesische Caligula te keer gaan. Vooral tegen de bevolking, zijn hofhouding maar ook de flegmatieke resident. Hij besliep, sarde, gokte en kocht iedereen en alles zodra het bij hem opkwam. Toen hij publiekelijk minachting toonde voor de Nederlandse vlag, werd hij in 1903 op het matje geroepen in Batavia. De sultan sloofde zich uit, huilde, kroop en smeekte om vergeving. GG Willem Rooseboom schonk de huichelaar vergiffenis. Tot bedaring van de gemoederen gaf hij de man een lintje.

Abdul Rahman liet prompt bij terugkomst weten, hoe hij de tolol om zijn pink had gewonden, hoe de toewan besar zich verontschuldigde en aan hem nederig de orde van de Nederlandse Leeuw offreerde om het goed te maken.

 

In Penjingat liet hij in de troonzaal een vergulde zetel plaatsen, die het Wilhelmus liet horen, zodra sultan erop ging zitten. Na het tweemaal te laten afspelen, wierp Abdul Rahman een blik op de hurkende lijfknaap naast hem die discreet een hand onder de stoel stak om de muziek te laten stoppen. Het kon niemand ontgaan, ook de ijzig toekijkende resident G.F. de Bruyn Kops niet, dat de sultan het Nederlandse volkslied in het openbaar als een scheet wilde beschimpen. Abdul Rahman werd hoe langer hoe gekker, tot er doden vielen.

 

Op 3 februari 1911 werd hij door de lankmoedige GG Idenburg afgezet. De tiran richtte zich huilerig tot koningin Wilhelmina, de gouverneur-generaal, de rechter. Vergeefs, in 1913 volgde inlijving van het sultanaat Lingga. Zijn ruime toelage bleef Abdul Rahman in Singapore verbrassen. In april 1925 werd hij failliet verklaard. Blind en ziek overleed hij op 80 jarige leeftijd op 27 december 1930. Waarom Van Rees hem benoemde, blijft het geheim van het achterkamertje. GG De Graeff verstrekte naar eer en geweten zijn weduwe een toelage.

.

 

 

Copyright © 2012 B. B. Jagt LLD 's-Gravenhage

ISBN 978-90-78457-06-0