missive 31

                                                                  15 februari 2012

 

Nee, Quinten, je schat mij verkeerd in: die roemruchte rechter Baltasar Garzón is vorige week terecht veroordeeld. Wegens ambtsmisdrijven. Door de Spaanse Hoge Raad. Dat hun procureur-generaal Luis Navajas daar tegen was, zegt niets. Onze procureur-generaal Jan Watse Fokkens doet tegen   terechte beslissingen ook vorderingen die gevaar scheppen en goddank werden verworpen (LJN BU 7412 HR 11/03863, punt 3).

 

Garzón vindt zijn eigen opinie belangrijker dan wet en recht. Maar dat vindt iedere lapzwans – ook zonder rechtenstudie. Garzón liet advocaten in gesprek met cliënten afluisteren. Hij had maling aan de voor de landsvrede onontbeerlijke Wet ter Historische Herinnering van 1977. Jawel, respect voor moed en volharding, maar niet bij wetteloosheid.

Crimefighter worden, die kanker uit de VS, heeft ook ten onzent gewoekerd. Garzón, publiciteitsgeil, koesterde de ambitie crimefighter over de ganse aarde te worden – zijn Mundo sin miedo, Pinochet, Guantanamo Bay. Garzón ontzag geen politici. Maar well directeuren van concerns. Een topbankier bezorgde hem minstens 1 douceurtje. Hij mag voor 11 jaar geen rechterlijk ambt meer uitoefenen – er was 20 jaar geëist. Assange van Wikileaks zal aan hem een goede adviseur hebben.

 

Spanje en de Spaanse justitie tonen meer courage dan Frankrijk in de beruchte Outreau-affaire (2003-2005). Daar hebben rechter Fabrice Burgaud en aanklager Gerald Lesigne om 4 schuldigen te vinden het leven van 24 onschuldigen – waaronder kinderen- verwoest door voorarrest en uit huis zetting. Een dolle feeks Badaoui bracht het hoofd van de ambitieuze Burgaud op hol met steeds hysterischer verhalen over pedofilie. Mag opjutten door media als verontschuldiging gelden? Ik denk van niet. De procedure is verbeterd. President Chirac betuigde medeleven. Maar Burgaud en Lesigne bleven onbestraft. Wat la douce France niet tot eer strekt.

 

De tocht naar de tandarts verliep vanmorgen moeizaam. Bus en tram kampten met storingen. Bij de besneeuwde halte kleumden acht mensen. Twee academici voerden gedempt een gesprek. De besnorde filosoof mompelde verontwaardigd dat mensen banale levenswijsheid, zelfhulp en populair psychologische weetjes zo maar Filosofie durfden te noemen! Ik hoorde dat vergenoegd. Heerlijk! Zo’n onderscheid als lectuur/literatuur bestaat dus ook in andere disciplines: ballet, theologie, geschiedenis en nog veel meer?

 

De tandarts was een moslima met hoofddoek die een hand gaf en mooi beschaafd Nederlands sprak. Ze behandelde me efficiënt maar kordaat. De operatie had helaas niet geholpen. Ik raakte 2 kiezen kwijt en moet toch een gebitje krijgen. Over de glibberige trottoirs zwabberde ik met een gaasje in de kaak naar de tramhalte. Wat duizelig en met uitzwervende gedachten. Zo’n hoofddoek zag je in Antalya zelden. Komen ooit kerken in Mekka en Medina? Kunnen barrières als Arabisch, Cyrillisch, Chinees, Sanskrit schrift ooit opgeheven worden?

Anderzijds, wie had geloofd dat de EU financieel wordt verenigd? Of dat op deze februaridag in 1971 de shilling werd afgeschaft; 1 pond=100 pence. Dat had niemand kunnen denken.

 

Natuurlijk heb ik ook de Elfstedenkoorts, Quinten. Ik heb de Tocht der Tochten tweemaal gereden. Zonder voorbereiding, op tien jaar oude noren. Maar ik heb een la vol schaatsmedailles, waaronder de Zuidwesthoek. De 1e keer kreeg ik een vroege starttijd, maar verprutste het door idioot verantwoordelijkheidsgevoel. In Franeker stapte ik af. 

 

De 2e keer mocht ik pas laat weg. Maar ik schoot met de lange slag aardig op. Sneeks H met punttorentjes, Sloten, Balk (Dr. Herman Gorter) werden vlot gepasseerd. Toen kwam de schoonheid van die dag de rit belemmeren. Friesland was zo ongelooflijk mooi, de sfeer zo hartelijk en saamhorig. De Innerlijke Stem zei: Kijk goed, want dit doe je nooit meer in je leven. De wijde, witte meren met gepluimd riet. Molens. Bij zonsopgang vanuit de geveegde ijsvloer Workum met geboomte, kerktorentje en gevels binnen rijden, onvergetelijk. Bolswards grachtjes, de vrolijke gezichten. Als heit dit had mogen beleven...  De tijd sloop op kousenvoetjes weg met kijken, luisteren, ervaren. Waar bleef Sofietje?

Onderweg naar Harlingen schoof voor de zoveelste maal een ritmische karavaan langs. Een ijsvereniging, de jongsten misschien 16. Een fraaie rij slanke lichamen in nauwe felblauwe en rode schaatspakken. Omwonden enkels, coach: allemaal W.A. van Burens! Rap en elegant afzettend alsof ze dansten. In hoog tempo. Een droom van jeugd en discipline trok voorbij.

 

Dat bracht bezinning. Ik begon systematisch, in vaste maat, te spankeren. Een leeftijdgenoot, met ijsmuts op, sloot aan. Een tweede. Om de beurt de kop. Helaas begon het stuk met de meeste kluunplaatsen. We hakkelden langs uitgelaten mensen, spelende fanfares. In Franeker stond het zwart van de mensen. Hoe kon ik Sofietje vinden in die menigte? Tot een groep scandeerde: Bouke! Bouke! Bouke!  Vooraan wuifde Sofietje. Opgelucht gleed ik ernaartoe. Het scanderen stopte beduusd, want op een Indische Bouke was niet gerekend. Muziek, gejuich, chocola.

 

Door dat laaiende enthousiasme, groeten en praten vertrok ik met meer tijdverlies uit Franeker. Daarna werd het donker en ernst. Nacht viel over het Bildt. Ik sloot mij aan bij een voortvarende groep van 7 rijders, met een jong meisje. Van knotwilgen, witte weiden bij Berlikum en Stiens werd weinig gemerkt. In die trance werd niet gelet op valpartijtjes. Rode Kruis. Gespalkt been. Doorgaan. Hoofdwond. EHBO. Uitvallers. Mitella. Bevroren oog. Verder, monotoon volhouden.

Tijdsbesef verdween. Er stond een snijdende wind. Het ijs zat vol scheuren  onder schraapsel. Uitwijken, overstappen, dan doorschaven, schrap!.. schrip!.. schrap!..schrip! Afzetten; bijtrekken. In tunnelvisie. Gebogen blijven;  ontspannen. Denk om slabberende rechtervoet. Geen acht slaan op ongemak, pijnscheutjes.

Af en toe in het donker gedaanten bij lage bruggetjes, die waarschuwden: Bukken, bukken! Want je was in die verdoving gewoon door gereden. Zonder verandering, anders dan voor uitwijken voor wakken of spleten. Negeren die vermoeidheid, pijntjes. Benen uitslaan op aftelrijmpjes. Het bruggetje bij Bartelhiem, vierkant profiel nauwelijks gezien, verder! Verder, Bonke-Bonke-Bonke-Bonkefeart!  Bij Birdaard dwongen twee motorrijders op het ijs ons tactvol tot stoppen. Het had geen zin meer. Het ijs voor ons was te slecht. De controle bij Dokkum zou gesloten zijn, als we daar aan zouden komen.

 

Ik weet nog de flits opvlammende woede – donder op, ik ga door! Daarna berusting: de Vereniging besliste, die was verantwoordelijk. Er was geen keus. We moeten door een motorrijder of helper of ander naar een boerderij gebracht zijn – ik slaapwandelde haast.

Binnen rond de kachel dronken we iets warms. Opeens begon dat meisje keihard te huilen. Ontroostbaar. Ze snikte dat ze zo hard en lang getraind had! En nou, vlak voor Dokkum, sa tichteby Ljouwert! Geschrokken stilte. Tranen met tuiten.

De boerin probeerde haar in sussend Fries op te beuren: de Ee verderop was slecht, al gevaarlijk. Twee grote wakken. Water op ijs. Met een nare T-kruising. Daar moesten de rijders naar het noorden afslaan. Maar vorig jaar had een groep de pijl over het hoofd gezien. Die was instinctief zuidwaarts gegaan. Zo raakten ze in een aansluitend vierkant van vaarten. Dat vierkant moeten ze blindelings urenlang rond geschaatst hebben. Tot ze laat van het ijs gehaald werden. Nee, ik heb niet geglimlacht. De arme drommels waren ook hier opgevangen. Die waren volslagen murw en ontgoocheld geweest.

 

Nogmaals, ik herinner me weinig. We zullen opgehaald zijn door een truck van de luchtmacht. Die hobbelde over dijkjes en binnenwegen naar de Frieslandhal. Per ongeluk belandden we tussen de laatsten die het kruisje gekregen hadden. Dus liepen we tussen lachende Friese meisjes door die feliciteerden en ons op de wangen kusten. Niks ironie; heerlijk! Niet eens onverdiend door mijn afgestempelde startkaart met aantekening: Bartlhiem van ys  $vL&qnm.

Verderop zwaaide en riep Sofietje. Ze begeleidde mijn stappen naar de parkeerplaats. De rechtervoet sloeg nog een paar keer tegen de bloedende enkel. In de auto zakte ik onderuit- alsof de stekker eruit ging. Om half drie ’s nachts moeten we thuis gekomen zijn.

En om 8 uur ’s morgens fris op, geen centje spierpijn. Dat was mijn Elfstedentocht. In het jaar na de Incarnatie onzes Heren 1985 toen men de 26e februari schreef.

 

                                                                             Send

 

 

Copyright © 2012 B. B. Jagt LLD 's-Gravenhage

ISBN 978-90-78457-06-0