missive 55

24 januari 2013

 

 

Ave Quinte,

 

Een nachthemel vol woest verscheurde lichtende wolken, waartussen scherp een heldere maansikkel staat. De zoveelste dag van wachten. Deze spanning duurt te lang. Ik moet dit onderbreken.

 

Er hoeft helemaal geen arrest te komen, ze kunnen het nogmaals uitgesteld hebben. Dat heeft het hof toch ook in december gedaan. Het kan een teken zijn dat de raadsheren niet eensgezind is. Soms neemt een andere kamer het over. Dan volgt een beknopte beslissing van twee van de drie raadsheren. Met uitgebreide motivering en het verder niet meer bespreken van de andere grieven.

 

Over  vluchtelingen een andere keer. Je hebt wel gelijk, er bestaan op dat gebied alleen tijdelijke oplossingen. Mij ontbreekt even de moed daarop in te gaan. Maar de vroegste boekstaving van het vluchtelingenprobleem? Vermoedelijk:

 

Het jaar 372 bij de Romeinse grenspost langs de Donau.Goed geklede hoofdman wijst de centurio op langs lopende Ostrogoten, die vluchten voor rampokkende Hunnen? Zijn groep - Westgotisch, westoever Dnjepr - wijkt ook, maar ordelijk. Mogen zij alsjeblieft passeren om het vege lijf in het Imperium Romanorum te redden? Urgent.

Commandant verwittigt gouverneur. IJlbode bericht: Fiat. Dan begint een intocht van V schrikbarende etmalen. Dag en nacht varen over de Donau CCC boten, kano’s en vlotten op tonnen. Over de weg trekken D karren, ruiters, rijtuigen langs. Gezinnen, kinderen, krijgers, gidsen, knechten,vee. Romeinen zien vanaf de borstwering verbluft  een volledig volk immigreren, geleid door hun koning. Quid facere? Ubi vivenda plebs ista, gens fremuens?

Romeinse politici zijn zo sluw die koning subiet tot Romeins veldheer en bestuurder te benoemen. Met bevel naar zuidelijke, dunbevolkte streken te trekken. Zo'n barbaar is toch te dom om te merken dat rijke en kwetsbare hoofdsteden bereikbaar worden? Alaric weet beter.

 

Over het boek waaraan je werkt. Het eerste hoofdstuk was erg sterk. Zo zelfs dat ik me afvraag hoe je dat vol moet houden. Het kan wel een boeiend en origineel levensverhaal worden. Ik kom er nog op terug. Vaak zijn kindertijd en schooltijd aansprekende onderdelen in opgeschreven herinneringen.

 Om niet herhalend te piekeren gebruik ik als afleiding: drie weken verwoed zoveel mogelijk te lezen over iemand, een verschijnsel of creatie. Mede door jouw manuscript zijn dat autobiografieën. Berlioz, Cellini, Goethe, Bismarck en anderen. Het zijn verbazende levens. Sacrosanct staatshoofd - generaal die fiasco’s verdoezelt. Heroïsche regeringsleider gelooft een groot veldheer te zijn ondanks militaire blunders.

 

Soms kantelt het relaas. Superambtenaar schrijft eigen successtorie. Zijn relaas toont een nerveuze streber die jaren nageniet als hij iemand de pin op de neus heeft gezet. Maar door totale overgave aan dominante leraren neemt hij ook - magna cum laude- hun omgangscode en moraal over. Zo groeit hij boven zich uit tot alom geprezen staatsman zonder begrip van natie of samenleving. Zijn autobiografie weergeeft een glorievol leven. Heerlijk, een groot maar bescheiden man te zijn waarbij o.m. Pim Fortuijn niks voorstelt. Hij doorzag en heerste met grapjes. Als een Disraeli zonder dandyisme of artistiek talent- die zichzelf Gladstone waant.

 

Dus wel een succes, zij het anders beoogd. Dat verontrust mij ook in deze missives – wie kent zichzelf echt? Waar gaat discretie over in misleiding? Eerlijkheid in exhibitionisme? Beperkt een leven zich tot baan, departement, parlement, partij, kerk? Kan men meer begrijpen? Dat een iegelijk op zijn eigene façon zalig worde.

 

Een Hongaars volksgedichtje zegt:

 

                                                    Geef, Lieve Heer, op deze Kerstmorgen:

dat ik niks hoef te eten van de baas zijn tafel.

Geen regenboogspek, geen glazige oliewafel,

Geen grutten die je spuitkak  bezorgen.

 

Heb ik verteld van medelezer, lt. De Jong? Hij beaamt het verdwijnen van het Nederlands. De Nederlandstalige literatuur die 1837 begon, bevindt zich in 2013 op een vergelijkbaar punt als de Latijnse letterkunde rond 413 - nog een paar epigonen en binnen 50 jaar dood als een pier. Dat is voor mij afschuwelijk, maar op zichzelf niet raar. Cultuur verandert onophoudelijk. Het Engels is overmachtig en populair. De  uitwisseling in bevolkingen is veel drastischer dan tijdens de Volksverhuizing. Mijnheer De Jong verzoet de pil met complimentjes, maar zal om onze literatuur geen traan laten.

Toch waardeert hij dichters die ik onbenullig vind als “minimalistische poëzie”. Een trompe l’oeil. De luit zal wel weer gelijk hebben. Maar ook bij gezichtsbedrog bestaan  gradaties van observerend tot kritisch en taboe rakend:

 

                                          Japanse kers

 

Ach, tabaksbruine wintervlinder,

Wou je opfladderen? Dichter bij:

een toefje zich vastklampend blad.

 

 

             Wintertuin

 

Zomaar een helwitte magnoliabloem

Op het zonbeschenen vijverpad?

                            Iets verder: verfrommelde zak patat.

 

 

               Lijfwacht

 

Leeg leek de onverlichte auto

Met vijf Nigeriaanse zwarthemden

-tot binnen een goeie mop verteld was.

 

 

Ik heb zojuist de secretaresse van advocaat Berenbijt gevraagd de arresten eerst te mailen als ze binnen komen. Dat maakt de dagelijkse gang naar de brievenbus minder zwaar. Volgende keer mail ik wat vrolijkers.

 

                                                                           Send

 

 

 

 

Copyright © 2012 B. B. Jagt LLD 's-Gravenhage

ISBN 978-90-78457-06-0