achtergronden

(25-08-2011)

Bouke Jagt  (Mr. Dr. B. B. Jagt, 1942) zal waarschijnlijk herinnerd worden als de dichter van Wapenrok en Weerlicht en de schrijver van De Muskietenoorlog,  Pijnboomspook, Erven van Indië, Onder de Wolkenwals en Dialogen in Ballingschap. Maar behalve schilder is hij neerlandicus en zowel docent Nederlands als jurist geweest.  Als advocaat bij de Hoge Raad (1985-2003) won hij enkele cassaties en is een van de uiterst zeldzame Nederlanders die een wet veranderd hebben (WoLb 2010). In 2002 werd hij als advocaat geroyeerd (zie hieronder Verleden) zonder te zijn gehoord door mr. J.S.W. Holtrop.

 

In de procedure Van Wezel versus Jagt zijn de recentste ontwikkelingen:

19 oktober 2011 Conclusie van Antwoord namens Jagt in de nieuwe zaak aangespannen door Van Wezel bij de rechtbank op 7 september 2011 met gelijktijdige eiswijziging. De rechtbank bepaalde een zitting op 20 januari 2012, dus geruime tijd later, om wederom een compromis te beproeven. Op 8 decmber 2011 kreeg Van Wezel een uitstel voor die comparitie tot 5 april 2012. In die tijd loopt het conservatoir beslag, dat gelegd werd op 25 februari 2011 door. De comparitie om een compromis te beproeven vindt dus langer dan een jaar later plaats.

Op 3 januari 2012 kreeg Van Wezel uitstel tot 31 januari 2012 voor de memorie van grieven in het hoger beroep kort geding.

Op 17 januari kreeg Van Wezel uitstel voor de memorie van grieven in de bodemzaak.

Raad voor Rechtsbijstand 28 september 2011 : aanvraag om toevoeging voorlopig toegewezen. peiljaar nader bezien.

11 oktober 2011 Voortgezette comparitie bij het gerechtshof, raadsheer mr. J.S.W. Holtrop.

De comparitie van 17.8.2011 werd door mr. J.S.W. Holtrop op zijn eigen wijze fair en geroutineerd geleid. Bij de aanvang verklaarde hij Jagt sinds 20 jaar te kennen van korte gedingen en civiele zaken. Of de partijen dat bezwaarlijk vonden? Jagt verklaarde daarop dat hij bij alle soms diepgaande meningsverschillen overtuigd bleef van de integriteit en eerlijke intentie van mr. Holtrop om zo goed mogelijk recht te doen. Op doorvragen van de wederpartij naar de beslissing als voorzitter van de Raad van Discipline, antwoordde mr. Holtrop dat de uitslag ongunstig voor Jagt was, maar even goed anders uit had kunnen vallen.

De beslissing werd mogelijk doordat Jagt een advocaat had gekregen. Van augustus 2010 tot augustus 2011 verzocht Jagt aan 21 advocaten of zij voor hem wilden optreden. Zij weigerden om uiteenlopende redenen op zakelijke, spottende of meewarige wijze. Toen na een jaar de roladvocaat die voor Jagt de stukken indiende, die tussenkomst wilde beëindigen, wendde Jagt zich noodgedwongen tot de Orde van Advocaten op 3 augustus 2011. Op 5 augustus 2011 wees waarnemend deken mr. A. Schaberg als advocaat mr. B.D.W. Martens aan. Mr. Bas Martens is een ervaren en gerespecteerd advocaat. 

Bij de voortgezette comparitie op 11 oktober 2011 werd Jagt voortdurend door de raadsheer onder druk gezet een compromis aan te gaan. Het leek er even op dat er rechtsweigering aangekondigd werd, want het was overduidelijk dat het hof er op tegen was een arrest te wijzen en zo schriftelijk een beslissing te geven. De raadsheer drong aan op een oplossing door een compromis en wilde de vraag om toepassing van de wet en procesrecht niet beantwoorden. Tenslotte zegde de advocaat van Jagt toe nog een uiterste aanbod te zullen doen. Daarop werd als volgende datum 6 december 2011 gegeven. De memorie van grieven die ingediend was door Jagt, wordt alsnog genegeerd. De raadsheer verlangde dat mr. Martens namens Jagt een nieuwe memorie met minder grieven zou opmaken. Pas op 6 december 2011 mocht die nieuwe memorie genomen worden.  

 

 In de tuchtzaken:

2 februari 2012 toegezonden: Beslissing op verzet 626.2011 d.d. 30 december 2011, na zitting van 20 december 2011 Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, voorzitter E.R.S. M. Marres, leden A.W.J. Ros (plv.) en M.J.-M.L. Baudoin (plv.) op klacht tegen deurwaarder M.F.A. Driessenaar te Utrecht, die zich op de zitting liet vervangen door M.W.de Ruiter. Verzet ongegrond, er staat geen rechtsmiddel open.

9 november 2011 Kamer van Toezicht voor de Notarissen en Kandidaat-notarissen uitslag klacht van dr. B. B. Jagt  tegen notaris mr. Tj. S. van de Velde en mevr. mr. M.W. Delahaye. De kamer had als voorzitter rechter mr. P.A. Koppen. Dit was dezelfde rechter die toestemming gaf voor het meer dan een jaar lopend conservatoir beslag. Mr. P.A. Koppen was dus voorzitter bij de beoordeling van zijn eigen toestemming. De kamer gaf als oordeel dat de klacht tegen notaris mr. Tj.S. van de Velde geheel afgewezen werd, zonder enige toelichting. Ook de klacht tegen notaris mevr. mr.M.W. Delahaye werd idem afgewezen.  Het gerechtshof Amsterdam, Notariskamer, bepaalde dat het beroep tegen die afwijzingen op een zitting van 10 mei a.s. mondeling behandeld zal worden.

dinsdag 20 december 2011 behandeling van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam nummer verzet 626.2011 tegen M.F.A. Driessenaar, gerechtsdeurwaarder te Utrecht. De uitspraak zou op 30 december 2011 plaats vinden, maar daarover is tot heden nog niets bericht.

 

Voorafgaande uitspraken waren:

3 augustus 2011 Rechtbank ’s-Gravenhage, sector bestuursrecht 11/3423 B ESLU V 134  Jagt vs Kadaster (Rotterdam ) Mr. C.Fetter : bezwaar ongegrond

 22 augustus 2011 Voorzitter Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam  438.2011 plv. vz. Mr.G.H.I.J.Hage: klacht ongegrond

 

De grieven in het hoger beroep van de Bodemzaak in de na twee comparities alsnog niet geaccepteerde memorie van grieven waren:

1.       Tussenvonnis 15.9.2010 onjuist, moest o.g.v. 3:301-2 BW verzet niet ontvankelijk verklaren.

2.       Vonnis in verzet 2.2.2011 onjuist in ontvankelijk verklaren van verzet.

3.       Vonnis  onjuist in vernietigen verstekvonnis dat met kracht van gewijsde kreeg

4.       Vonnis zonder motivering uitvoerbaar bij voorraad ondanks a) 3:300 BW niet bij voorraad b) verzoek om schorsing executie in verzetsdagvaarding.

5.       Vonnis  liet 3:300 BW en 6:221 lid 1 BW buiten beschouwing.

6.       Vonnis is onjuist, de mail  in r.o. 4.4. was niet van Jagt maar van Van Wezel.

7.       Vonnis negeert alle argumenten van Jagt (conclusie van antwoord in verzet)

8.       Vonnis is onjuist in r.o. 4.7. Jagt hoefde geen rekening te houden met Van Wezel die niet reageerde op makelaar en datum dagvaardingen liet verstrijken.

9.        Herstelvonnis 16.2.2011 is geen verbetering art.31 Rv maar materieel anders en in datum deels onuitvoerbaar bij onveranderd dictum.

10.   Herstelvonnis is onjuist in geboorteplaats, woordkeus , niet (verder) schaden, en maakt als bijlage bij een r. o. waarin echtgenote wordt opgevoerd, van een vonnis zoekplaatje waarin ieder kan grabbelen wat hem uitkomt.

11.   Vonnis i.v. 2.2.2011 t.o. genegeert misbruik van procesrecht door conservatoir beslag en impliciet bedrog in verzetsdagvaarding en aangevoerd ter comparitie. Procedure met weinig risico maar grote winst voor zakenman c.s. is rampzalig voor Jagt.

12.    Vonnis i.v. 2.2.2011 betrof een bewoonde woning geen leeg kantoor.

 

De grieven tegen het Kort Geding zijn:

I.                    Vonnis verklaarde vonnis geldig, maar verstekvonnis had kracht van gewijsde.

II.                  Vonnis verklaarde  o.g.v. nietig vonnis artikel 13 van afgekeurd concept geldig. .

III.                Vonnis oordeelt dat 6 EVRM niet is geschonden, maar Jagt mocht niet uitspreken op de zitting bij mr. R.J. Paris en pleitnota Jagt werd buiten beschouwing gelaten.

IV.                Vonnis oordeelt t.o. dat niet toegelichte behoefte van Van Wezel aan 55.000 euro een spoedeisend belang is op grond van boeteclausule in afgekeurd concept.

V.                  Vonnis laat t.o. onvermeld dat Jagt met schriftelijke akte protesteerde tegen het hem ontzeggen van het indienen van reconventionele vorderingen.

VI.                Vonnis negeert Jagts schriftelijk en mondeling voorgedragen reconventionele vorderingen waardoor 6 EVRM en Rv is geschonden.

VII.               Conservatoir beslag is in strijd met art.700-3Rv, ondanks beklag, in stand gelaten.

VIII.            Wettelijke rente vanaf 1 april 2010 over 55.000 euro is t.o. toegewezen

IX.                De klacht van Jagt is genegeerd dat bij aanvaarding van boeteclausule (grief II) door Van Wezel 55.000 euro is verbeurd door niet betalen van kooppenningen.

X.                 Jagt is t.o. veroordeeld als de in ongelijk gestelde partij, terwijl Van Wezel vele buitensporige eisen introk en 55.000 euro t.o. vorderde.

 

Omschrijving van summiere grieven in de bodemzaak:

Het tussenvonnis van 15.9.2010 had het verzet al niet ontvankelijk moeten verklaren op grond van dwingendrechtelijk artikel 3:301 lid 2 BW. Het vonnis in verzet had moeten verklaren dat het verstekvonnis van 11.8.2010 kracht van gewijsde had gekregen. Daarom was het verzet niet ontvankelijk. Het vonnis in verzet is daarom nietig, maar is zonder motivering toegewezen bij voorraad. Er is echter verzocht om schorsing van executie, omdat bij 3:300 BW zaken bij voorkeur niet bij voorraad mogen worden verklaard. Het vonnis baseerde zich niet op 3:300 BW ofschoon dit de aangevoerde grondslag was. Het vonnis negeerde  6:221 lid 1 BW. Het vonnis vergist zich in r.o. 4.4. door een mail van Van Wezel op te voeren als een mail van Jagt. Het vonnis is niet lijdelijk, want het heeft het antwoord van Jagt in de verzetdagvaarding totaal genegeerd. Het vonnis vergist zich omdat rond 9 mei 2010 Jagt er geen rekening mee behoefde te houden dat Van Wezel een procedure zou beginnen omdat Van Wezel voor de tweede keer hem gegeven contracten negeerde en de datum voor dagvaarding liet verstrijken. Het herstelvonnis van 16.2.2011 is een materieel ander vonnis dan het vonnis van 2.2. 2011. Het is onuitvoerbaar omdat hetzelfde dictum is behouden. Als de inhoud van een vonnis moet blijken uit een bijlage bij een overweging en niet uit het dictum, wordt een vonnis een zoekplaatje. Als het herstelvonnis geldig is, behoudt geen enkel vonnis meer rechtszekerheid.

Het vonnis van 2.2.2011 negeert dat expliciet misbruik van procesrecht door onrechtmatig conservatoir beslag is aangevoerd  en impliciet bedrog door Van Wezel is voorgedragen. Voor zakenman Van Wezel biedt dit bedrog weinig risico en veel mogelijke winst, terwijl de procedure voor Jagt rampzalig is. Het vonnis blijft volhouden dat het pand een leeg kantoor is terwijl het een woning met huurcontract was volgens gemeente en hoogheemraadschap.

                  Omschrijving van summiere grieven in kort geding:

Er is uitdrukkelijk aangevoerd dat het verstekvonnis van 11.8.2010 kracht van gewijsde had. Het vonnis in kort geding negeert dat zonder meer en gaat zover dat artikel 13 van een van de afgekeurde concepten geldig is. Jagt mocht ter zitting wel een akte nemen om te protesteren tegen het negeren van zijn reconventionele vorderingen, maar mocht niet uitspreken en de inhoud van zijn pleitnota en zijn akte is verder genegeerd. Het vonnis maakt van een kort voor de zitting ingediende, niet onderbouwde behoefte van Van Wezel aan 55.000 euro een spoedeisend belang. Als grond noemt het vonnis artikel 13, een boetclausule die 10% boete, volgens het vonnis 55.000 euro, oplegt aan degene die de levering niet uitvoert en aan degene die niet betaalt. Jagt heeft geleverd en krijgt toch die boete opgelegd. Van Wezel heeft niet betaald, maar krijgt die boete niet opgelegd. Het vonnis verklaart cynisch dat art. 6 EVRM niet is geschonden en dat Jagt de in ongelijk gestelde partij is, terwijl Van Wezel alle buitensporige eisen heeft ingetrokken en op het laatste moment met een niet spoedeisende en ongegronde vordering van 55.000 euro kwam.

Daarvoor werden als beslissingen gegeven:

1.       Verstekvonnis (mr. E. Weiss) van 11 augustus 2010 zaaknummer/rolnummer 369927/HA ZA 10.2310  dat kracht van gewijsde heeft gekregen waarbij de woning van Jagt in strijd met wet en recht ex 3:300 BW bij voorraad wordt onteigend per 1 oktober 2010 zonder  contract of betaling, mits  vooraf 550.000 euro door Van Wezel op een notarisrekening is gestort. Jagt beroept zich erop dat dit vonnis kracht van gewijsde kreeg op 11 november 2010. Toen verstreek de beroepstermijn voor Van Wezel. De griffie maakte voor Jagt het inschrijven van de verzetdagvaar-ding d.d. 19 augustus 2010 voor 27 augustus 2010 onmogelijk door het bestaan van het register te ontkennen, zodat Jagts verzet niet ontvankelijk kan zijn vanwege 3:301 lid 2 BW. Van Wezel poogde  in oktober en november 2010 vergeefs dit verstekvonnis in te schrijven zonder vooraf de som bij de notaris te storten. Ter comparitie van 27 december 2010 bleek dat de hypotheekofferte nog tot medio februari 2011 liep. Van Wezel bewees zo, dat  hij niet van plan was geweest de opschortende voorwaarde, de verplichte voorafgaande storting, te vervullen.

2.      Nietig tussenvonnis (mr. J. Mendlik) van 15 september 2010 zaaknummer / rolnummer 374361/HA ZA 10-3150 in het niet meer ontvankelijke verzet, waarbij een folder betreffende mediation wordt gesloten en comparitie wordt bevolen terwijl de  zaak wordt aangehouden tot zaterdag 18 december 2010 te 23.00 uur. Het verzoek om schorsing van executie verzocht vanwege de onteigening op 1 oktober 2010 werd genegeerd. Op 13 september 2010 was de termijn van vier weken - om in verzet te gaan -verlopen zonder dat een verzetdagvaarding in het rechtsmiddelenregister stond ingeschreven.  

3.      Nietig vonnis (mr. N.B. Verkleij) van 2 februari 2011 zaaknummer / rolnummer 374361/HA ZA 10-3150 in het niet meer ontvankelijke en terzijde geschoven verzet. Alles wat Jagt naar voren bracht, werd genegeerd. De rechter geloofde het bedrog van Van Wezel over mondelinge verkoop tijdens een gesprek zonder getuigen op 26 maart 2010 heeft plaatsgevonden, ondanks Jagts brief en mail van die datum waaruit weigering blijkt. Van Wezel gebruikte deze oude truc voor de tweede maal. Op verzoek van Van Wezel, ondanks verweer van Jagt, bekende de rechter ten onrechte dat zij zelf een fout had gemaakt en wees: 

4.      Nietig herstelvonnis ( mr. N.B. Verkleij) van 16 februari 2011 met identiek dictum, maar met een bijlage bij een rechtsoverweging in het vonnis (grief 10 in hoger beroep) ter toevoeging van de kadastrale gegevens waarbij de echtgenote van Jagt, tevens eigenaar, die niet gedagvaard was, eveneens wordt veroordeeld (grief 9 hoger beroep). Het vonnis werd op 25 februari 2011 ingeschreven door de notaris die op het vonnis met zijn electronische handtekening in strijd met de waarheid verklaart dat alle formaliteiten vervuld zijn. De door het vonnis vereiste storting vooraf vond niet plaats. Er is om 9.55 uur conservatoir beslag gelegd op de koopsom, ofschoon vonnis en de hypotheek pas laat in de middag ingeschreven werden. De woning werd op 10 maart 2011 overgeschreven.

5.      Beslissing meervoudige wrakingkamer (mrs. J.E. du Pon, H.M.D de Jong en G.P. Verbeek) van 11 april 2011, wrakingnummer 9/2011, rolnr. 389189/HA RK 11-139 kenmerk 387771/KG ZA 11-97, waarbij verzoek tot wraking van Jagt wordt afgewezen omdat de voorafgaande vier beslissingen door mr R.J. Paris (in het nadeel van Jagt zonder Jagt te horen) werden genomen op grond van de systematiek van de wettelijke regelgeving en voor Jagt een ongeschreven verplichting tot een kort geding bestaat, terwijl hij in deze lopende zaak zijn grieven naar voren kan brengen voor mr. R.J. Paris bij diens 5e  beslissing over zijn eigen 4e  beslissing. Dat naar voren brengen zal door mr. R.J. Paris slechts gedeeltelijk toegestaan worden (grief III hoger beroep). Als in een bestel de handtekening van rechters een formaliteit wordt, omdat rechters de dossiers niet hoeven te kennen en op gerechtssecretarissen blijven afgaan, kan zo’n bestel bezwaarlijk rechtstaat heten. Productiecontract, onderbezetting of bezuiniging of systeem rechtvaardigt nooit het  niet voldoen aan juridische vereisten, volgens (inter)nationale rechtspraak. Tegen de beslissing van de wrakingkamer staat geen beroep open.

6.      Nietig Kort geding vonnis (mr. R.J. Paris) van 24 mei 2011, zaaknummer / rolnummer 3487771 / KG ZA 11-197, waarbij ten onrechte (hierna t.o.) geoordeeld wordt als ware een schriftelijke koopovereenkomst zonder handtekening op 1 april 2010  ontstaan met een boeteclausule die Van Wezel zou moeten treffen maar op Van Wezels verzoek op Jagt wordt toegepast (grieven IV en IX). Reden voor onverwijlde spoed vindt de rechter t.o. dat Van Wezel de wens tot verbouwing oppert en daarvoor behoefte heeft aan het bedrag van de boete. Van Wezel stelt op de zitting dat hij ruim bemiddeld is en zo nodig de boete moeiteloos kan terugbetalen. Aan het beroep van Jagt op het in kracht van gewijsde gaan van het verstekvonnis van 11 augustus 2010 gaat de voorzieningenrechter voorbij (grieven I en II in hoger beroep).

Bij de toestemmingen tot conservatoir beslag worden evenals bij de vonnissen de namen van de rechters vermeld. In het verloop van de feiten is het essentieel de middelen tot bewaring als pressiemiddel en de overige processuele druk te schetsen waaraan het echtpaar Jagt al meer dan een jaar door Van Wezel wordt blootgesteld. De verleende toestemmingen tot conservatoir beslag waartegen geen hoger beroep openstaat, verliepen als volgt:

7.      23 april 2010, kgrk 2010.1121 t.o.  verlof door mr. R.J. Paris tot conservatoir beslag op de woning omdat op die datum nog niet van de makelaar is vernomen. De grondslag voor het beslag was artikel 725 Rv dat als voorwaarde stelt dat aan de eisen van artikel 711 Rv, eerste en tweede lid is voldaan. Artikel 711 Rv stelt in het eerste lid dat conservatoir beslag slechts wordt verleend indien de schuldeiser aantoont dat er gegronde vrees bestaat voor verduistering. Het rekest is bedrieglijk (grief 11 in hoger beroep). Gegronde vrees is niet aangetoond. Een gissing volgend op een veronderstelling toont dat niet aan. Toen moest gedagvaard worden binnen twee weken, derhalve voor 7 mei 2010.

 

8.      7 mei 2010, kgrk 2010.1225 , t.o.  verlenging conservatoir beslag door mr. R.J. Paris omdat een poging gewaagd wordt om op minnelijke wijze (tijdens pressie door beslag) tot afwikkeling te komen. Verlenging mag geen ongeregelde mogelijkheid zijn, waarbij zonder toetsing gestempeld wordt. Ook voor verlenging geldt artikel 711 Rv eerste lid dat conservatoir beslag slechts wordt verleend indien de schuldeiser aantoont dat er gegronde vrees bestaat voor verduistering. Een mogelijk compromis kan geen gegronde vrees zijn. Toen moest gedagvaard worden voor maandag  7 juni 2010.

 

9.      4 juni 2010, kg/rv 2010.1450,  t.o.  tweede verlenging conservatoir beslag door mr. R.J. Paris, omdat de dagvaarding dient te worden aangepast. Zeker bij tweede verlengingen geldt onverkort artikel 711 Rv: slechts bij door schuldeiser aangetoonde gegronde vrees voor verduistering. De redengeving toont t.o. begrip voor de advocaat en sluit aangetoonde gegronde vrees uit. Voortzetting van middelen tot bewaring dient scherper en met horen van  beslagene getoetst te worden. Gedagvaard moest zijn op maandag 14 juni 2010.

10.  23 februari 2011 kgrk 11.496  t.o.  verlof door mr. R. J. Paris tot conservatoir beslag, op basis van het nietig vonnis in verzet van 2 en 16 februari 2011, tot conservatoir beslag op de volledige koopsom onder notaris Tj. S. van de Velde, terwijl uit het rekest blijkt dat Van Wezel de voorafgaande storting vereist door dat vonnis niet wil uitvoeren, voorshands geen koopsom wil betalen, in strijd met 7:26 lid 1 BW, maar eerst van Jagt een lager bedrag eist (grief 11 hoger beroep). Hiermee begint een nieuwe zaak.

 

11.  23 maart 2011 kgrk.11.757, t.o.  verlenging conservatoir beslag door mr. P. A. Koppen met 28 dagen tot 21 april 2011 omdat Jagt op 7 maart 2011 een wrakingverzoek tegen rechter mr. R.J. Paris had ingediend.

De eis in de nieuwe zaak werd niet op 21 april 2011, maar ruim te laat op 10 mei 2011 betekend voor 7 september 2011. Het beslag onder de notaris is hierdoor van rechtswege vervallen, maar Van Wezel handhaaft het beslag ondanks protest en beklag, ook in het kort geding waarvan beroep. Er is gedagvaard voor 7 september 2011, zodat de uitspraak eind 2012 verwacht wordt. Tot zolang kan het beslag doorlopen zonder betaling aan Jagt, maar met verwachte uitbreiding van Van Wezels vorderingen.

Verleden

Bouke Jagt werd in 1982 veroordeeld (kanton) omdat hij geen postzegel op een envelop had geplakt.

In 1994 werd hij veroordeeld  (rechtbank) als de enige van onbekende groep buren die toegaf dat hij met zijn tas op de ruit van een alles blokkerende geparkeerde verlaten auto had geslagen.

In 2002 werd Bouke Jagt, raadsman/publicist in zedenzaken,  veroordeeld (HR) met vergoeding van schade ad ƒ 4000,00 aan een straatrover die gestuurd door een advocate en rechercheur hem beschuldigde van  een onwaarschijnlijke en onduidelijke (poging tot) verleiding in 1997 op zijn kantoor. Het enige bewijs was de aanklacht, verweren van Jagt werden verworpen.

 


   

 

 

Copyright © 2012 B. B. Jagt LLD 's-Gravenhage

ISBN 978-90-78457-06-0